Naar de wedstrijd

Dat het al donker is en jij op je fiets aankomt. Vier brandende schijnwerpers bewaken het veld. In hun licht zie je de regen die eerst nog voorzichtig valt, maar dat al gauw verruilt voor de variatie met-bakken-uit-de-hemel. En je weet: dit gaat een hele avond duren. Verkeerde passes en slecht getimede slidings als resultaat. Het spelniveau wordt er niet beter van. Maar kwam je daarvoor?

Langzaam loopt het stadion vol. Jij zoekt je plek, je begroet de toeschouwers om je heen. Het zijn 19 keer per jaar jouw beste vrienden. Je praat over niets en van alles. En er wordt vooral gelachen. Iedereen heeft het hoogste woord. Er is een spandoek en een trommel, die zelfs bij het warmlopen al dienstdoet en de zwaaiende voetballers begroet. De andere voetballers worden uitgefloten, in het gunstigste geval geneerd. Schuin oog op de klok.  

Het voorlezen van de namen. Geen verrassing in de opstelling. Het clublied hard meegezongen en de spreekkoren worden opgepoetst. De mascotte doet trouw zijn best. Fotografen achter het doel. En er is bier. In plastic bekers. De trainer voor de dug-out, de vierde official doet heel belangrijk onbelangrijke dingen. De scheids fluit, de bal rolt. Ook in de businessclub is er nu een half oog voor het spelletje op de mat.

De tijd verstrijkt: schoten op doel en afzwaaiers, opgelegde en gemiste kansen, snelle omschakelingen en grote gaten op het veld, opstomen langs de rechterflank en weer  inzakken tot de middellijn, opbouwen van achteruit en lange ballen naar voren, koppen en een blessurebehandeling, de waterzak en de wissel. Opgestroopte mouwen, werkvoetbal. pittige duels uitgevochten en een frommeldoelpunt gemaakt. Liefst in de laatste minuut. Gejuich met gebalde vuisten. Klimmen in de hekken. Uitzinnige menigte. En dan het eindsignaal: 1-0.

John van der Sanden